Duiven

Duiven worden al heel lang gehouden door mensen, in duiventillen. Omdat duiven altijd terugkeren naar het hok waar ze geboren zijn, kunnen ze vrij rondvliegen. Ze werden gehouden als voedsel of om in te zetten als postduif. Tegenwoordig worden duiven vooral gehouden als sierduif of om er wedstrijden mee te vliegen.

Er zijn veel verschillende soorten duiven, Ze stammen af van een wilde duivensoort: de rotsduif. Door te fokken zijn er duivensoorten ontstaan met speciale kleuren en veren of met een speciale manier van vliegen. Op Stadsboerderij Presikhaaf hebben we vier Oudhollandse duivenrassen: De Voorburgse Schildkropper (zie foto boven), de helmduif (zie foto onder), de Gelderse Slenk en de Oudhollandse meeuw.

De Gelderse Slenk is een bijzondere sierduif die al rond het jaar 1700 gehouden werd. Dit duivenras is inmiddels zeldzaam geworden, maar dankzij een aantal enthousiaste fokkers is het ras in stand gehouden. Slenken worden vooral gehouden vanwege hun vlieggedrag, dat soms een prachtig schouwspel oplevert. Tijdens het vliegen slaan ze hun vleugels boven en onder tegen elkaar en laten zij zich soms naar beneden vallen om vervolgens weer luid klapperend verder te vliegen. Ook het uiterlijk van de Slenk is erg opvallend. De kop wordt namelijk soms naar achter gedragen en rust dan op de opgezette krop.

De Oud-Hollandse Meeuw is een zeer oud ras dat van oudsher veel op boerderijen wordt gehouden (boerenmeeuwtje). De duiven hebben een opstaande kraag van nekveren en een vrij korte snavel. Ook zeer kenmerkend is de rij gekrulde veertjes op de borst.

De Helmduif is een sierlijk gebouwd en erg levendig. Hij is herkenbaar aan zijn ‘helm’. Dit is de gekleurde kap op de kop.

Duiven in de natuur maken een eenvoudig, wat rommelig nest van takjes. In ons duivenhok zijn er speciale broedhokjes waar de duiven hun nest in maken en eieren leggen. Een duif legt twee eieren, het broeden duurt 18 dagen. Als de jongen uit het ei komen, zijn ze blind en bedekt met dun geel dons. Na drie tot zes dagen gaan de oogjes open.

Jonge duiven worden door beide ouders gevoerd met duivenmelk uit de krop. De krop is een holte in de keel, waar voedsel tijdelijk wordt opgeslagen. Hier wordt een afscheiding gemaakt die bestaat uit eiwitten en vet. Het kost de ouders veel energie om deze kropmelk aan te maken. Daarom legt een duivin meestal maar een of twee eieren, zodat ze ook in staat is om de jonge duifjes groot te brengen. De duiven worden ongeveer twee tot drie weken gevoerd door de ouders, daarna gaan ze zelf eten.

Postduiven

Postduiven zijn tamme duiven die goed kunnen vliegen. Omdat duiven altijd terugkeren naar de plek waar ze geboren zijn, werden ze vroeger gebruikt om berichten te versturen en tegenwoordig om wedstrijden mee te vliegen.

Jonge duiven krijgen een ring om een poot. Aan de kleur van de ring kun je zien hoe oud een duif is. Duiven met een oranje ring zijn bijvoorbeeld geboren in 2014 (of 2009, want de kleuren worden na vijf jaar opnieuw gebruikt). De postduiven op Stadsboerderij Presikhaaf zijn nog jong en hebben allemaal oranje ringen. Ze worden nog getraind om wedstrijden te vliegen. Op de ring staat ook het nummer van de eigenaar. Zo kun je zien van wie de duif is als deze toch een keer verdwaalt. Duiven die geboren worden in 2015, krijgen een witte ring.

Duiven worden langzaam getraind voor het vliegen van wedstrijden. In het begin worden ze kleine stukjes weggebracht, een paar kilometer. Langzamerhand wordt dat steeds verder. Onze duiven doen ook me aan ‘vitessevluchten’, die kunnen wel 300 km. ver zijn. Er zijn ook duiven die niet zo snel zijn, maar wel heel lang achter elkaar kunnen vliegen. Die doen mee aan langere vluchten.

Op een wedstrijddag worden de duiven samen met duiven van andere duivenhouders naar een losplaats gebracht. Onderweg worden ze goed voorzien van water en voer. Op de losplaats krijgen ze eerst voldoende rust totdat ze er klaar voor zijn om naar huis te vliegen. Dan worden ze allemaal tegelijk losgelaten.

Op kleine schaal werken we op stadsboerderij Presikhaaf ook met postduiven. Kinderen kunnen meehelpen met de verzorging. Als je het leuk vindt om meer te leren over postduiven, dan bij je op woensdagmiddag van harte welkom bij de duivenhokken, boven in de Rietschelf. Je mag dan helpen met de verzorging en vragen stellen over de training en wedstrijden bijvoorbeeld. Ook is er een mini-museum ingericht over de geschiedenis van de postduif. Op Stadsboerderij De Korenmaat kunnen kinderen meedoen aan het postduivenproject.

Duiven-weetjes

  • Een mannetjesduif heet doffer, het vrouwtje gewoon duif of duivin.
  • Een krop is een holte in de keel waar voedsel voor de jongen kan worden opgeslagen en voorverteerd.
  • Er zijn verschillende soorten duiven: zaadetende en vruchtenetende duiven. Het is wat makkelijker om voor zaadetende duiven te zorgen, omdat in het voer alle nodige voedingsstoffen zitten.
  • Onze postduiven doen mee aan vliegwedstrijden. Samen met onze postduivenkenners leren kinderen hoe ze voor de duiven kunnen zorgen, zodat ze daarna mee kunnen doen met wedstrijden. Onze duiven zijn al in België en Frankrijk geweest.
  • De kuikens die je soms op de boerderijen ziet, zijn raskuikentjes. Hier wordt mee gefokt om de rassen in stand te houden.
  • De duif wordt vaak gebruikt als symbool voor vrede.
  • Duiven kunnen met hun snavel water opzuigen.
  • Bij de Olympische Spelen in 1900 werden levende duiven gebruikt als levend doel bij de schietwedstrijden.

Stadsboerderij Presikhaaf is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem