Ganzen

Ganzenouders blijven hun hele leven bij elkaar. Het vrouwtje bouwt een nest op de grond. Ze bekleedt het met dons, dat ze van haar eigen borst plukt. Ze legt 3 tot 8 eieren. Terwijl het vrouwtje broedt, houdt het mannetje de wacht. Na vier weken komen de kuikens uit de eieren.
De jongen zijn nestvlieders en verlaten het nest dus al snel. De ouders houden ze nog wel warm en bewaken ze. Voedsel zoeken doen de kuikens zelf. Na twee maanden leren de kuikens vliegen en gaan ze voor zichzelf zorgen.

Als er genoeg planten en struiken zijn ter beschutting tegen regen, harde wind of kou, hebben ganzen geen hok nodig. Het is wel belangrijk, dat er water in de buurt is om in te baden, te paren of in weg te vluchten. Omdat ganzen landvogels zijn, hoeft de vijver of sloot niet al te groot te zijn.

Ganzenweetjes

  • Een mannetjesgans noemen we gent of ganzerik. Een vrouwtjesgans heet gewoon gans. Hun jong is een ganzenkuiken.
  • Ganzen zijn landvogels. Ze brengen maar 10% van de tijd in het water door.
  • Als de wei groot genoeg is, kunnen ganzen heel goed met andere dieren in de wei zijn. Bijvoorbeeld tussen de koeien, paarden of schapen.
  • Onze ganzen zijn niet gekortwiekt. Ze zijn tam en vliegen niet weg.
  • Om te zorgen dat wilde ganzen niet weg vliegen, worden ze soms gekortwiekt. Dit betekent, dat je de veren van een vleugel zo knipt dat vliegen niet goed lukt. Dit doe je elk jaar opnieuw, omdat veren ieder jaar weer aangroeien.
  • Als een gans uit het ei kruipt, gebeurt er iets wonderlijks. Het eerste bewegende ding dat hij ziet, neemt hij aan als zijn moeder. Dat is meestal zijn eigen ganzenvader of -moeder. Maar het kan ook de boer, een kind of zelfs de tractor zijn. Daar holt hij dan piepend achteraan.
  • Wie hoort er niet thuis in dit rijtje: duif, varken, gans, merel. Dat kan het varken zijn, want het varken is de enige die geen vogel is. Maar het kan ook anders: De gans hoort er niet bij, want hij is de enige die een grazer is. Een grazer eet voornamelijk gras. Een duif, varken en merel doen dat niet.
  • Als de wei groot genoeg is, kunnen ganzen heel goed met andere dieren in de wei zijn. Bijvoorbeeld tussen de koeien, paarden of schapen.

Stadsboerderij Presikhaaf is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem