Koeien

Boeren houden koeien vooral om het vlees en de melk. Er zijn wereldwijd meer dan 1.000 koeienrassen. Zo zijn er rassen speciaal voor het vlees en er zijn rassen voor de melk. Wij hebben zeldzame rassen en soorten: de Lakenvelder, Witrik, Blaarkop, Fries-Hollands rundvee, Fries roodbont en de Brandrode. Verder hebben we nog de MRIJ-koe (Maas Rijn IJssel) die vroeger veel in deze streken werd gehouden. Onze koeien staan op de beide stadsboerderijen Presikhaaf en De Korenmaat. Maar je ziet ze ook in Arnhem zelf, wat heel bijzonder is. Ze staan dan onder andere in park Sonsbeek en in de weilanden op de Bosweg.  In totaal hebben we ongeveer 25 koeien. Van de koeienrassen die wij op de boerderijen houden hebben zowel de koeien als de stieren horens. Op de boerderijen worden geen stieren gehouden, deze zijn te gevaarlijk.

De koeien op de stadsboerderijen lopen het grootste deel van het jaar buiten. De weilanden zijn afgezet met goed hekwerk en schrikdraad. Er is genoeg plek om te schuilen tegen regen of om in de schaduw te staan. De koeien worden geregeld omgeweid, ze gaan dan naar een andere wei. Dit is nodig om het weiland te laten herstellen en om worminfecties tegen te gaan. In de winter staan onze koeien in een potstal. De koeien kunnen hier vrij rondlopen. Ze staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag stro en mest wordt elke dag nieuw stro gestrooid. De strooisellaag wordt op deze manier steeds dikker. De potstal wordt een aantal keren per winter uitgemest. In het voorjaar wordt de mest over het land uitgereden.

Kalfjes

Onze koeien krijgen elk jaar een kalf. Het duurt, net als bij mensen, ongeveer 9 maanden voordat het kalf geboren wordt. Kalfjes leren al snel staan en lopen om met hun moeder mee te kunnen gaan. Ze drinken melk uit het uier van een koe. Aan een uier zitten vier spenen. Al snel knabbelt het kalfje aan het hooi of gras. Na een half jaar wordt een kalf gespeend. Dat betekent dat het dan geen melk meer bij de koe drinkt.

Eten en drinken

Een koe eet in de zomer per dag ongeveer 80 tot 90 kilo vers gras en ze drinkt zo’n 70 tot 100 liter water. In de winter is er natuurlijk niet zoveel gras. Daarom hebben wij veel voer opgeslagen voor de winter. Onze koeien worden niet gemolken, wij houden de dieren voor het vlees. Omdat we de koeien niet melken, blijven de kalfjes langer bij de moeder. Normaal geeft een koe tussen de 20 en 35 liter melk per dag. Daarnaast produceert een koe in totaal zo’n 100 kilo urine en mest per dag.

Als een koe in de wei staat, eet ze ongeveer 90 kilo gras per dag. Op stal gaat dat anders. Dan krijgt ze brokjes krachtvoer en zo’n 20 kilo kuilvoer. Een brood weegt ongeveer 600 gram. In een brood zitten 20 boterhammen. Het is een hele som hoeveel boterhammen jij op zou moeten eten als je net zo veel zou eten als de koe. We gaan het proberen met de 90 kilo van de zomer:
– In 90 kilo zitten 90.000 grammen.
– Een brood weegt 600 gram.
– 90.000 : 600 = 150.
– Er zitten 150 broden in 90 kilo.
– In elk brood zitten 20 boterhammen.
– Dat is 150 x 20 = 3000.
– Als jij net zoveel zou eten als een koe, zou je ’s zomers elke dag 3000 boterhammen eten!

Een koe is een herkauwer en slikt het gras bijna zonder kauwen in. Op een rustig moment herkauwt de koe haar eten. Ze heeft vier magen om het voedsel te verteren: de pens, de netmaag, de boekmaag en de lebmaag. Als de koe het gras doorslikt, komt het in de pens terecht. Dit is een soort opvangmaag. Als de pens vol is, komt het gras terug in de mond en kauwt de koe het fijn. Dit heet herkauwen. Daarna komt het in de netmaag terecht. Deze maag zorgt voor een goede doorstroming naar de boekmaag. Hier wordt het vocht uit het verteerde voedsel gehaald. Als laatste komt het voedsel in de lebmaag. Deze maag lijkt het  meeste op die van ons. Hier wordt het voedsel verder verteerd en naar de dunne darm doorgegeven. Daar vandaan worden de voedingsstoffen via de darmwand in het bloed opgenomen.

Natuurcentrum-koeien-Lakenvelders

Biologische koeien

Biologische koeien staan zoveel mogelijk in de weide. Daar eten ze vers gras, klavers en kruiden. Bij de biologische landbouw wordt geen gebruik gemaakt van chemisch-synthetische meststoffen (kunstmest) en bestrijdingsmiddelen. In de winter krijgen de koeien dus ook biologisch voedsel. Een biologische koe geeft gemiddeld 20 liter melk per dag, een niet-biologische koe 28 liter. Een biologische koe gaat gemiddeld na 5 à 6 jaar naar de biologische slager, een niet-biologische koe leeft 1 à 2 jaar korter. Een biologische koe heeft in de weide de ruimte van ongeveer een voetbalveld (0,5 hectare) en in de stal heeft een biologische koe minimaal 6 vierkante meter ruimte.

Koeien-in-de-stal_DSC1637

Koeienweetjes

  • Een mannetjeskoe noemen we stier. Een vrouwtjeskoe heet gewoon koe. Een jonge koe noemen we een kalf. Een pink is een eenjarig kalf. Een vaars is een koe die voor het eerst gaat kalveren.
  • Kalfjes zijn er niet alleen in de lente. Vanwege het Nederlandse klimaat kunnen   koeien het hele jaar door gedekt worden.
  • Onze koeien krijgen elk jaar een kalf. Vaarskalfjes houden we zelf of verkopen we aan een andere boer. Een stierkalf verhuist naar een biologisch opfokbedrijf. Daar zorgen ze ervoor, dat hij straks biologisch vlees gaat opleveren. Als je graag vlees eet, weet je dat het zo gaat.
  • Koeien liggen een groot deel van de dag: zo’n 15 uur per dag waarvan 10 uur overdag. Ongeveer 6 uur per dag zijn koeien aan het eten. De rest van de tijd besteden ze aan gemolken worden, tegen elkaar staan en drinken. Een koe heeft voldoende aan 20 minuten slaap per 24 uur!
  • De hoeven van een koe groeien hun hele leven door, net als nagels bij mensen. De koe loopt vooral in de wei, waardoor de hoeven niet genoeg slijten. Ze moeten dan bekapt worden. Dat is vergelijkbaar met het knippen van nagels bij mensen. De koe voelt er niks van. De koeien op de stadsboerderij worden één keer per jaar bekapt, meestal in het voorjaar.
    Een koe heeft 32 tanden. In de bovenkaak heeft het geen hoektanden en snijtanden, maar wel 6 voorkiezen en 6 gewone kiezen. In de onderkaak zitten 8 snijtanden, 6 voorkiezen en 6 kiezen. De kiezen hebben ribbels. Als de koe tijdens het herkauwen de kiezen over elkaar laat glijden, malen deze ribbels het gras mooi fijn.
  • Een volwassen melkkoe weegt zo’n 500-600 kilo.
  • Er zijn verschillende soorten koeienstallen.
    – Een schuilstal is een soort dak in de wei om, het woord zegt het al, te kunnen schuilen of om de schaduw op te zoeken.
    – Een potstal is een oud staltype dat tegenwoordig weer veel door biologische bedrijven wordt gebruikt omdat het waardevolle mest oplevert. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag stro en mest wordt elke dag nieuw stro gestrooid. Zo blijft de stal een schone plek voor de koeien. De strooisellaag wordt op deze manier steeds dikker. De potstal wordt een aantal keren per winter uitgemest. In het voorjaar wordt de mest over het land uitgereden. Groot voordeel van een potstal is, dat de koeien vrij door elkaar kunnen lopen. Daardoor is er is genoeg ruimte voor sociaal gedrag.
    – Een grupstal lijkt erg op een potstal. Het grootste verschil is, dat de koeien in deze stal vast staan naast elkaar. Achter hen loopt een grup, dat is een mestgoot waar de mest en urine wordt opgevangen. Vanuit de grup wordt de mest afgevoerd naar een mestkelder onder de vloer. Het is heel ouderwets om koeien op deze manier te houden. Het komt bijna niet meer voor.
    – Een ligboxenstal wordt veel gebruikt in de melkveehouderij. Het wordt ook wel een loopstal genoemd. De koeien lopen los op betonnen roosters, waardoor de mest en urine door sleuven in een mestput valt. Voor elke koe is er een eigen ligbox met zaagsel, een plek waar de koeien kunnen liggen om te rusten of te herkauwen.
  • Gemiddeld gaan de koeien weer de wei in tussen half maart en begin mei. Dat levert vrolijke taferelen op, de dieren hebben dan echt het voorjaar in de kop. Dit is goed te zien op dit filmpje als de koeien naar buiten gaan na een winter op stal.
  • Onze koeien houden we niet alleen op onze stadsboerderijen. Ze staan in de zomermaanden bijvoorbeeld ook midden in de stad, in Park Sonsbeek. Dat maakt Arnhem uniek in Europa!

 

Stadsboerderij Presikhaaf is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem