Konijnen

Konijnenrassen variëren erg van grootte, kleur, vachtlengte en stand van de oren. Er zijn 4 categoriën: klein, middelgroot, groot en rassen met een bijzondere haarstructuur. Op onze beide stadsboerderij kiezen we ervoor om Nederlandse konijnenrassen te laten zien. Alles bij elkaar hebben we zo’n 50 konijnen.

Konijnen zijn groepsdieren. Ze wonen in groepen, maar hebben het ook nodig om alleen te kunnen zijn. Wilde konijnen bouwen ondergrondse holen en gangen, waarin ze dit prima kunnen regelen.
Onze konijnen wonen nu nog in hokken. Maar we zijn bezig met het maken van een verblijf waarin ze zelf kunnen kiezen of ze binnen of buiten willen zijn. Net als het konijnenverblijf op onze Stadsboerderij De Korenmaat. Op dit filmpje van ‘freerunning’ konijnen zie je hoe ze daarvan genieten. Want konijnen vinden het heerlijk om buiten te zijn.  De hokken hebben straks aan de achterkant een gang, waardoor ze naar buiten kunnen gaan. Daar hebben ze zand om te graven, struiken voor schaduw en buizen om in te verstoppen of te schuilen. In de hokken worden de konijnen gevoerd. En we kunnen, als een konijn ziek is of jongen heeft, een hok tijdelijk afsluiten om het konijn rust te geven.

Jonge konijntjes zie je niet meteen als ze geboren zijn. Ze zijn goed verstopt in een lekker warm nest in het hok. Jonge konijnen zijn nestblijvers. Dat betekent, dat ze kaal geboren worden, met hun ogen dicht en dat ze nog niet kunnen lopen. Ze zijn dan nog heel kwetsbaar. Het duurt ongeveer een maand, voordat jonge konijntjes geboren worden. Meestal zijn dat er een stuk of vier tegelijk. Ze drinken een maand lang elke dag één keer melk bij hun moeder. Na 10 dagen gaan de oogjes open. En na twee weken zie je de jonge konijntjes lekker rondscharrelen in het hok.

Konijnen leven graag in groepen, maar kiezen er ook vaak voor om alleen te zijn. Daarom zijn onze konijnenhokken zo gemaakt, dat de konijnen genoeg ruimte hebben om samen te zijn of een ander hok of verblijf te kiezen om alleen te zijn. Wist je dat een konijn met zijn oren kan ‘praten?’ Oren omhoog betekent dat het konijn oplet en luistert. Oren naar achteren en staart omhoog betekent: Pas op!

Konijnen eten het liefst gras en hooi. Hierin zitten vezels. Die zijn nodig om te voorkomen dat konijnen diarree krijgen. Bladgroenten zijn een lekkere aanvulling. De konijnen krijgen standaard brokjes. We moeten wel oppassen dat we niet teveel voeren. Konijnen eten graag door en worden snel veel te dik.

De tanden van konijnen groeien altijd door. Daarom hebben konijnen voer nodig dat ervoor zorgt, dat hun tanden voorzichtig kunnen slijten. Wij zorgen ervoor dat er altijd een flinke tak in het hok ligt om op te knagen. Als tanden te lang worden, kunnen konijnen niet goed meer eten en worden te mager en ziek. We geven geen knaagsteen, daarin zit te veel kalk. Een lekkere stok is goed genoeg.

Korenmaat-dierotheek-konijn_DSC1706

Konijnenweetjes

  • Een mannetjeskonijn heet een rammelaar. Een vrouwtjeskonijn is een voedster of een moer. Het jong heeft een moeilijke naam: een lamprei.
  • Een konijn is een nestblijver en daardoor heel kwetsbaar. Een cavia is een nestvlieder: hij heeft haar, zijn ogen open en kan meteen lopen om met de groep mee te gaan.
  • Een voedster maakt het nest lekker warm en zacht met vacht van haar buik.
  • Op de stadsboerderij zie je niet vaak een nestje konijnen. We hebben op dit moment genoeg konijnen.
  • De meeste konijnen wonen in een hok. Zorg ervoor, dat het ruim genoeg is en dat je het geregeld schoon maakt. Het is fijn, als het konijn genoeg te doen heeft. Een tak om aan te knabbelen en een nachthokje om in te schuilen of op te zitten, zorgt ervoor dat het konijn zich niet gaat vervelen.
  • Kou is geen probleem voor konijnen. Tocht, vocht en hitte wel. Konijnen houden niet van regen en natte voeten. Dan worden ze sneller ziek. Zorg ervoor, dat er in het hok altijd een droog en beschutte plek is voor het konijn.
  • Konijnen graven graag. Als je een buitenverblijf maakt, is het belangrijk om het hekwerk ver genoeg in te graven, zodat de konijnen hun eigen gangen graven zonder uit te breken.
  • Konijnen zijn gek op groenten. Het beste is om kleine stukjes van zo veel mogelijk verschillende groenten tegelijk te geven. Voorbeelden van goede groenten zijn: andijvie, veldsla, broccoli, venkel, bleek-/knolselderij, koolrabi, wortels en wortelloof, loof van radijsjes, blaadjes witlof, paksoi, peterselie of selderij. Je kunt wat gras plukken voor je konijn of paardenbloemblad. Pas wel op met prei, ui, bieslook, bonen, erwten, maïs, kool en spruitjes. Ook teveel klaver is niet goed. Van deze groenten en kruiden kunnen ze gasvorming krijgen en daar worden ze heel ziek van.

Stadsboerderij Presikhaaf is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem