Schapen

Op de boerderij houden we schapen niet voor de wol, maar vooral voor vlees of melk. Er zijn veel verschillende rassen schapen.  Je kunt alle rassen grofweg verdelen in heideschapen en weideschapen. Heideschapen zijn rassen die kunnen leven op plekken met voedselarme plantengroei, zoals heide. Weideschapen leven op veel voedselrijkere grond. Op onze boerderij hebben we Drentse en Veluwse heideschapen, Texelaars en Zwartbles schapen (weideschaap). Op onze beide stadsboerderijen Presikhaaf en De Korenmaat lopen er in totaal zo’n 50 schapen in de wei. Onze schapen eten gras en hooi (gedroogd gras). Gras en hooi zijn moeilijk te verteren. Daarom herkauwt een schaap zijn eten: nadat het eten een tijdje in zijn maag is geweest, komt het in kleine beetjes terug in zijn bek. Het schaap herkauwt het voer en slikt het dan opnieuw door.

Schapen zijn sterke dieren, die in alle seizoenen goed buiten kunnen zijn. De weilanden zorgen voor voldoende gras om te kunnen grazen. Het is fijn als schapen voldoende beschutting kunnen zoeken tegen regen en zonneschijn. Een boom of heg kan hiervoor zorgen. De schapen worden geregeld omgeweid. Dit is om worminfecties tegen te gaan en om het gras weer aan te laten groeien. Op de boerderij zijn er mogelijkheden om de schapen naar binnen te halen als dat nodig is, bijvoorbeeld tijdens het aflammerseizoen.

Lammetjes

Schapen krijgen in het voorjaar jongen. Na ongeveer vijf maanden worden de lammetjes geboren. Heel vaak zijn dat tweelingen. Maar eenlingen en drielingen zie je ook vaak. De lammetjes drinken melk uit het uier van hun moeder. Aan het uier zitten twee spenen. Als er meer dan twee lammetjes zijn, moeten ze op hun beurt wachten. In maart worden op onze boerderijen de meeste lammetjes geboren. De schapen staan in de tijd dat ze lammeren in een afgesloten ruimte. Wij zijn dit wettelijk verplicht vanwege de kans op verspreiding van Q-koorts. Onze dieren zijn hier allemaal ingeënt tegen. Zodra de lammetjes tien dagen oud zijn gaan ze met hun moeder de wei in en kan iedereen genieten van het gevoel van lente dat ze meebrengen.

Kuddedier

Schapen leven in het wild in kuddes. Ook op boerderijen en in schaapskooien worden ze in kuddes gehouden, omdat dat past bij hun natuurlijke manier van leven. Bij ons op de boerderij worden de mannetjes van schapen en geiten in een aparte wei gehouden. Wanneer het kouder wordt vinden mensen het soms zielig dat de schapen nog steeds in de wei staan. Maar voor schapen is dit helemaal geen probleem. Ze kunnen het hele jaar door buiten blijven. Ze hebben een dikke vacht die ze tegen de kou beschermt.

Korenmaat-schapen-20150119_FAM1758

Schaap scheren

In de zomer hebben ze wel een plek nodig die ze tegen de zon beschermt want dan is de wollen vacht natuurlijk erg warm. Wij scheren ze daarom elk jaar in juni tijdens het schaapscheerdersfeest op de stadsboerderijen. De dikke warme vacht wordt met een schaar of een scheerapparaat weggehaald. Na dat scheren is een schaap 3 tot 5 kilo lichter. Een deel van de wol wordt verkocht aan bezoekers van de boerderij. Als je schapen niet scheert, valt de wol vanzelf van ze af. Ze slepen dan plukken wol achter zich aan.

Korenmaat-schaap_FAM5587

Dekperiode

Van oktober tot en met november is de dekperiode. Dan zijn de schapen bronstig. In de dektijd mogen de rammen de schapen dekken. Daarna gaan ze weer naar hun ‘mannenverblijf’: de bokkenstal op Stadsboerderij De Korenmaat. Op Stadsboerderij Presikhaaf houden we alleen schapen. Om te zien of een schaap succesvol gedekt is, krijgt de ram een dektuigje om met onder zijn borst een dekblok, zie foto boven. Het dekblok bevat kleurstof. Zo wordt zichtbaar of een schaap de ram heeft toegelaten: ze heeft dan een gekleurd achterwerk, zie foto onder. Schapen zonder kleur zijn nog niet gedekt. Na een paar weken wisselen we het dekblok van kleur. Als een schaap twee kleuren op haar achterste heeft, betekent dat dat de eerste dekking niet tot een drachtig schaap heeft geleid. Zodra een schaap zwanger is, weigert ze om een ram nog toe te laten namelijk. Schapen en geiten hebben een ovulatie die daglichtlengtegebonden is. De ovulatie begint zodra de het op een dag minder dan 14 uur licht is, ongeveer half oktober.

Wel of geen hoorns

Schapen en rammen kunnen allebei hoorns hebben. Het vrouwtje hieronder is een Drents heideschaap, mét hoorns. Het mannetje met het dekblok op de foto hierboven is een Texelaar ram, zonder hoorns!

Schaap-Korenmaat_FAM5462

Schapenweetjes

  • Een mannetjesschaap noemen we ram. Een vrouwtjesschaap heet ooi. Een jong schaapje noemen we een lammetje. Een gecastreerde ram heet een hamel.
  • De jonge lammetjes die je op de boerderijen ziet, zijn van rasschapen. Op deze manier kunnen we jullie verschillende soorten schapen laten zien.
  • Niet alleen rammen hebben hoorns. Van sommige rassen hebben de ooien ook hoorns. Aan de hoorns kun je dus niet zien of het schaap een mannetje of vrouwtje is.
  • Een schaap heeft aan elke poot twee tenen met hoeven er aan. Net als bij onze nagels, groeien hoeven steeds door. Bij het lopen over hard oppervlak slijten de hoeven vanzelf af maar bij schapen die in de wei lopen gebeurt dit te weinig. Daarom worden de hoeven van schapen regelmatig bekapt. Er wordt dan een stukje van de hoef afgehaald, zodat ze goed kunnen blijven lopen.
  • Een schaap herkauwt vier tot zes keer per dag 10 tot 50 minuten. Heel vaak kauwen we zelf ons eten heel snel weg. Maar weet je dat het heel gezond is om veel langer te kauwen? Zo’n 40 keer per hap kauwen is het allerbest. Het zorgt ervoor, dat je minder vet opslaat en meer energie hebt.
  • Wisselweiden. Op onze boerderijen lopen de paarden, koeien en schapen om de beurt in dezelfde weilanden. Dit kan, omdat ze het gras op een andere lengte afbijten. Koeien hebben het langste gras nodig. Zij slaan hun tong om het gras om het af te breken en op te eten. Daarna komen de schapen. Zij kunnen het door de koeien korter gemaakte gras met hun tanden afbijten. De paarden komen als laatste. Zij eten de kortste sprietjes op, omdat een te ‘vette’ wei koliek of hoefbevangenheid kan veroorzaken bij paarden. Daarna heeft het gras tijd nodig om weer tot rust te komen en aan te groeien. Dat is een van de redenen waarom je een weiland soms leeg ziet staan.

Stadsboerderij Presikhaaf is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem