Varkens

Op de boerderij houden ze varkens vooral voor het vlees. Het zijn alleseters en werden vroeger ook wel ingezet om natuurlijk afval van de boerderij op te eten. Hun mest werd dan weer op het land gebruikt. Er zijn verschillende soorten varkens. Op onze stadsboerderijen houden we de volgende rassen:

Varkens hebben een droge en ruime stal nodig met genoeg stro om op te kunnen rusten. Daarnaast is het belangrijk dat ze een uitloop naar buiten hebben. De uitloop is deels met stenen verhard. Zo kunnen de varkenshoeven op een natuurlijk manier afslijten. Natuurlijk is er ook een modderpoel om in te ‘zoelen.’ Varkens hebben bijna geen zweetklieren en koelen door het nemen van een modderbad lekker af. En het zorgt voor een beschermend modderlaagje tegen parasieten.

Biggen

Gemiddeld hebben we 3 zeugen op Stadsboerderij De Korenmaat, van elk ras één. De biggetjes worden bijna allemaal verkocht zodra ze groot genoeg zijn. Onze varkens krijgen twee keer per jaar een toom biggen. Het duurt ongeveer 3 maanden, 3 weken en 3 dagen voordat de biggen geboren worden. Een varken krijgt gemiddeld 13 biggetjes. Biggen kunnen meteen lopen en goed voor zichzelf zorgen, het zijn zogenaamde nestvlieders. De biggen drinken ongeveer 6 weken bij hun moeder. De zeug heeft een groot uier met wel 14 spenen. Elke big drinkt uit zijn eigen speentje. Als er meer biggetjes dan spenen zijn, moeten ze op hun beurt wachten. De achterste speen geeft dan wel het minste melk. Daar liggen vaak de kleinste en minst sterke biggen. In de kraamhokken op onze boerderijen zie je altijd een lamp hangen. Die is bedoeld om de biggetjes warm te houden. Je ziet ze dan ook meestal op een kluitje onder de lamp liggen slapen. De zeug (het moedervarken) staat of ligt tussen 2 ijzeren hekken. Mensen vinden dat vaak zielig, maar het is nodig om de biggen te beschermen. Als de moeder gaat liggen, kunnen de biggetjes naar beide kanten wegkomen en gaat de zeug niet bovenop ze liggen.

Biggen_DSC0216

Biggen_DSC0232

Biggen_DSC0235

Sociale dieren

Varkens hebben gezelschap van andere varkens nodig. Onze varkens hebben een eigen buitenverblijf met een modderpoel. Ze kunnen zelf naar binnen en naar buiten lopen. Ze maken een vaste plek om te plassen en te poepen, ver weg van de voer- en drinkbak. En daar houden alle varkens in het hok zich aan. In de modderpoel liggen ballen. Varkens gebruiken dat wel eens om mee te spelen. Varkens praten met elkaar door tientallen verschillende knorgeluiden. Deze geluiden hebben elk een eigen betekenis. Een normale knor duurt minder dan een halve seconde en wordt gemaakt wanneer een varken aan het wroeten is of als reactie op een bekend geluid. Een zeug die aan het zogen is, maakt de hele tijd een knorrend geluid. Bij stress maken ze weer een ander geluid. En als ze eten krijgen, maken ze enorm veel lawaai. Als ze niet knorren, zijn ze tevreden varkens.

Presikhaaf-biggen-20150202_DSC0964

Varkensweetjes

  • Een mannetjesvarken noemen we beer. Een vrouwtjesvarken heet zeug. Een jong varken noemen we een big. Een borg is een gecastreerde beer. En een gelt is een zeug, die nog niet geworpen heeft.
  • Het hele jaar door fokken we biggetjes. Deze biggetjes wonen bij ons tot ze ongeveer 25 kilogram wegen. Daarna verhuizen ze naar een biologisch opfokbedrijf, die ervoor zorgt dat ze straks biologisch vlees gaan opleveren. Als je graag vlees eet, weet je dat het zo gaat.
  • Een paar dagen voor er biggen geboren worden, halen we het varken naar binnen. In de stal worden kraamstalhekken geplaatst. De hekken zorgen ervoor, dat het varken niet op de jonge biggen kan gaan liggen. Een paar keer per dag laten we het varken even naar buiten, zodat ze toch even lekker kan bewegen en kan poepen en plassen.
  • Varkens hebben een lichte huid met weinig haren. Ze kunnen snel verbranden in de zon. Daarom hebben varkens als ze buiten zijn veel schaduw nodig of de mogelijkheid om zelf naar binnen te kunnen gaan.
  • Varkens zijn bijzondere dieren. Ze lijken een beetje op mensen. Zo houden ze van zoetigheid en is de geur en smaak van voedsel voor hen belangrijk voor een goede eetlust. Op de stadsboerderijen eten ze vooral brokken en brood. Maar ze lusten ook graag rauwe eieren.
  • Varkens gebruiken hun neus om de grond om te woelen. Dit noemen we wroeten of zoelen. Ze zoeken naar wormen, insecten en andere eetbare dingen als wortels, knollen, zaden, fruit en bessen. Soms zie je als je in het bos bent omgewoelde aarde in de bermen. Waarschijnlijk hebben wilde zwijnen dit gedaan, die aan het wroeten of zoelen waren.
  • Vroeger gebruikten boeren varkens om nieuwe stukken grond om te ploegen. Voordat ze een nieuw stuk moestuin in gebruik namen, lieten ze de varkens het land omwroeten. Daarna was het land gemakkelijker te bewerken.
  • Het voeren van keukenafval aan varkens is bij de wet verboden. Het voeren van aardappelschillen en rauwe aardappels wordt sterk afgeraden. Het kan ervoor zorgen, dat varkens ziek worden.

Stadsboerderij Presikhaaf is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem