Heide

Heide is een begroeiïng van dwergstruikjes. Ten noorden van Arnhem, op de arme zandgronden, kan men uitgestrekte velden vinden, vooral met struikheide (droge bodem), soms ook met dopheide (vochtige bodem).

Vooral in de middeleeuwen zijn de heidevelden door menselijke roofbouw ontstaan – vandaag de dag wordt heide vooral als natuurlandschap gewaardeerd. Waar nu in augustus de heide uitbundig bloeit, is de bodem honderden jaren lang van bijna alle voedingsstoffen beroofd. Door grazende schapen en door het steken van plaggen. Samen met de mest van de kudde werden de plaggen afgevoerd naar de akkers. Op de uitgeputte bodem konden alleen ‘armoe-lijers’ als struikheide, brem, gaspeldoorn en jeneverbes groeien. Op vochtigere plekjes tussen de struikheide groeien soorten als Dopheide, Rode en Blauwe bosbes en Pijpenstrootje.

Heide in bloei

Heide in bloei

Voedingstoffen in regen- en grondwater verrijken tegenwoordig de bodem. Dit is een bedreiging voor dit type begroeiïng: de paarse heide wordt weggeconcurreerd door grassen, struiken en bomen. Het beheer van het heideveldje in de heemtuin bestaat daarom vooral uit het verwijderen van gras, ongewenste kruiden, ingewaaid blad en zaailingen van boompjes. De bodem moet zo kaal en humusarm mogelijk gehouden worden.

Gaspeldoorn in heidelandschap

Gaspeldoorn in heidelandschap

Vooral langs de randen van het heideveld groeit een voedselarme, grazige vegetatie – het heischraal grasland. Hier groeien naast grassen als Bochtige Smele, allerlei kruiden van schrale zandgronden, zoals Grasklokje, Biggenkruid, Zandblauwtje, Schapezuring en Muizenoor.

Stadsboerderij Presikhaaf is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem